Tegen bulderende dijk rozenhoedje bidden

Nieuwshttp://www.bndestem.nl/moerdijk/2508610/Tegen-bulderende-dijk-rozenhoedje-bidden.ece

door Wim van den Broek
Dinsdag 22 januari 2008 – De stormvloed van 1953 was niet louter een Zeeuwse ramp, de tragedie was ook West-Brabant en Zuid-Holland groot.


En binnen de grenzen van de huidige gemeente Moerdijk werd Heijningen weliswaar het zwaarst getroffen, maar ook langs alle buitendijken van het Hollands Diep was de catastrofe niet te overzien.
Zoals aan de Buitendijk-West even buiten Noordschans. Diep onder deze hoge, maar smalle dijk woont de familie Kannekens. Daarachter de akkers van de Groote Niervaartse Polder. Op de dijk lijkt het ruwe water mijlenver weg, verscholen achter het gors Riet en Biezenveld. Het is de dijk, die ik ken van de schaapjes langs de berm en die alleraardigste gehuchten Tonnekreek en Noordschans, waar af en toe de tijd even lijkt stil te staan.

Hoe anders was dat in de rampnacht, toen de buitendijken hier erg vroeg braken. Bij Moerdijk zelfs al om vier uur, de Groote Polder volgde anderhalf uur later. Theo Kannekens was amper tien jaar toen die ogenschijnlijk veilige ‘muur’ boven hun in 1928 gebouwde boerderijtje het op verschillende plaatsen begaf. “Wij waren met z’n vijven. Mijn ouders, mijn zus Mien en opoe Kannekens van 88. Onze zondagse kleren lagen klaar voor de mis in Klundert van half acht. Maar eerst zouden we de koeien melken.”

Om half vijf ging daarom de wekker af. “Mijn vader keek naar de dijk, die glinsterde van het water dat overstroomde. Iedereen werd uit bed gehaald en warm aangekleed.” Terwijl vader Geert de koeien en het paard de stal uitjoeg de dijk op, opperde moeder Agnes dat de zolder wel veilig zou zijn. ” Dat had niet zo slim geweest, want ons stuk dijk hield het wel, maar het water in de polder steeg pijlsnel.”

Niet wetende welke kant op, ging het gezin met opoetje in het melkkarretje westwaarts richting Julianahoeve van Noteboom. Buurman Kannekens bonkte op de deuren, maar kreeg geen gehoor. De vier daar woonachtige gezinnen waren reeds door de Blauwhoefseweg gevlucht naar Klundert. Even verderop zag Theo de enorme kracht van het water: “Een dijkdoorbraak van wel 500 meter, de dijk is hier later in een halve maan als ringdijk terug gelegd.”

Terug naar de Schans, want Willemstad leek van de buitenwereld afgesloten. De dijk was inmiddels bezaaid met losgeslagen riet en allerlei troep. ” Terug zagen we dat onze boerderij al een stuk onder water stond. De koeien stonden bijeen op een hoop voederbieten, maar het water steeg nog steeds. Instinctief zwommen ze allemaal naar de dijk, het paard als laatste.”

Kort voor Noordschans bleek de dijk ook doorgebroken. Het vijftal stond als ratten in de val. “Doodop zijn we aan de binnenkant van de bulderende dijk gaan zitten, vader zocht wat takken als beschutting. Maar die werden door de storm meteen weer weggeblazen. Daar hebben we menig rozenhoedje gebeden.” Vanuit die benarde positie zag Kannekens de waterwolf zijn werk voortzetten. Eerst de ‘collaps’ van het witte huis van de reeds gevluchte familie Heemsbergen en even later de boot Nescio, die – naar later bleek – was losgeslagen op het eiland Tien Gemeten. “We zwaaiden uit alle macht, denkende dat het onze redders waren. Er is later nog wel dood vee mee vervoerd.”

In Noordschans had de ouwe Van Bezooijen intussen het geschreeuw wel gehoord. Omdat het dorp inmiddels bereikt was door soldaten, konden zij een geslaagde reddingsactie uitvoeren bij de bres. Met een dun touw trokken de Bredase militairen het ontredderde huishouden naar de veilige kant. In het dorp leek iedereen op adem te komen in het hoger gelegen café Melisse. “Daar lummelden we tot maandagmiddag maar wat rond. ’s Maandags is mijn vader met anderen over de zomerkade naar Tonnekreek gelopen en zo naar Zwingelspaan om bij bakker Strootman (die in de zaterdagnacht al alarm sloeg omdat de elektriciteit door de storm was uitgevallen, WvdB) om brood te halen. Die had niets meer.” Het voedsel kwam uiteindelijk vanuit Fijnaart, te voet keerden de heren terug naar het Schippershuis van Melisse. Met hun terugkeer arriveerde ook het eerste motorbootje. “Eten was niet belangrijk meer, iedereen wilde weg.” De jonge Theo vond het varen eerst prettig, maar een pleziertochtje werd het niet. “Op het dak van een van de noodwoningen aan de Schansweg lag een verdronken soldaat, één van de drie die met hun boot zijn omgeslagen. ” Ook in Klundert zaten nog mensen op de zolders te wachten op hulp.”


Bij de CNS-school vingen Rode Kruismensen de opvarenden op. Later die middag kon het gezin op de Stoofdijk in een auto stappen naar Roosendaal, waar ze enkele maanden bij opoe Van Tilburg onderdak vonden. Eind april keerde het gezin terug naar de drooggelopen Groote Polder. Zonder opoe, die wilde niet meer terug naar ‘het verwoeste Jeruzalem’ en sleet haar laatste jaren in het bejaardenhuis van Oudenbosch. Theo trouwde Joke van Hoof en bleef veehouder op zijn vaders boerderij. Grootste hobby in huize Kannekens: alles verzamelen van Klundert, Willemstad én de watersnood. In 2000 is de dijk verzwaard. Theo: “Vergaten ze aanvankelijk die zwakke plek waar wij moesten oversteken.”

Wie Wat Waar is een rubriek de lezer wil laten kennismaken met bijzondere, opvallende of markante huizen, tuinen, gebouwen of plekken in de gemeente Moerdijk. En vooral met de mensen die daar wonen of werken.